Nederlands - English

Nieuws

Apr 29, 2010

Interview door Lieve Dierckx


Concertgebouwcahier ‘Dans in Vlaanderen’
Charlotte Vanden Eynde

Kwetsbaarheid zonder doekjes om

Wat me als kind meteen fascineerde in de balletklas was dat je er niet hoefde te spreken. Je kwam in de les en het enige wat de lerares zei was: “nu gaan we die arm zo houden en dat been daar - goed, en nu mag je dat doen”. En niemand sprak nog. We waren allemaal gewoon samen aan het bewegen. Dat vond ik fantastisch. Ik was een heel verlegen kind, het was erg moeilijk om te praten met andere mensen. Met dans had ik het gevoel dat ik me wel ongedwongen kon uitdrukken. Mensen begrijpen soms niet hoe ik als erg verlegen mens op een podium kan staan. Maar er gelden daar andere codes.  Er is van bij aanvang een bepaald respect, mensen willen je zien, zijn stil en applaudisseren, meestal toch. (lacht)

Associaties zonder woorden

Als het over dans gaat, is het sowieso altijd zoeken naar woorden.  Associaties zijn van meet af aan belangrijk geweest in wat ik probeer te doen. Er speelt zich in een mens zoveel af dat zich niet laat uitdrukken in woorden. Zodra je dat nog maar begint te proberen wordt het al iets anders, ook in de interpretatie die de ander eraan geeft. Met associaties kan je dingen woordeloos houden. Soms gebruik ik in mijn hoofd wel een soort verhaalstructuur om mijn voorstelling vorm te geven, maar ik wil liever niet dat anderen weten wat dat verhaal is. Mijn werk mag geen betekenis opdringen, mensen moeten zich vrij voelen om zelf een betekenis te geven aan wat er gebeurt. Wat ik wel  graag wil teweegbrengen is een vorm van herkenning, maar de precieze inhoud van die herkenning blijft open. Ik wil ook graag dat mensen ontroering voelen, dat het kijken tot een diepere laag doordringt. Dat ze zelf ook kwetsbaar worden en dat je op dat niveau ook een herkenning krijgt.

Dans is woordeloos en bovendien is het lichaam er essentieel. In dans kan je lichaam een kunstwerk worden.  Dat heb ik altijd geweldig gevonden,  al die mooie vormen die je kunt maken met je eigen lijf (lacht). En daar kan je vervolgens nog objecten, kostuums of projecties op aanbrengen, het lichaam wordt  dan een canvas.  In het begin van mijn carrière was ik sterk met die vormelijkheid bezig. Ik onderzocht het lichaam als een materiaal bijna, het was verder borduren op de fascinatie voor vormen die ik als kind had op balletles. Lijfstof (2000), een voorstelling die ik maakte met Ugo Dehaes, ging sterk in die richting van beeldende kunst.

In de huidige fase van mijn carrière ben ik meer gefocust op het theatrale.  Naast de verhalende associaties die in mijn hoofd zitten, leg ik ook meer verbanden naar het dagelijkse leven, meer bepaald naar dagelijkse bewegingspatronen. Omdraaien, naar iets reiken, bukken, je handen op je hoofd leggen. In de beeldentaal die ik vroeger met het lichaam maakte, ging het dagelijkse lichaam bijna verloren in de vorm. In mijn jongste voorstelling ben ik erop gefocust om  dat dagelijkse lichaam dicht bij mij te houden.

Transparantie

Ik wil dicht bij mezelf blijven om  me bloot te kunnen geven aan het publiek, zodat mensen zich  in mij kunnen herkennen. Ik wil transparant zijn voor het publiek, het mag me zien zoals ik ben. Ik probeer mijn blik open te houden en de beweging doorzichtig. Want ik wil de mens die ik ben niet achter de danseres verschuilen. Het maakt voor mij deel uit van de essentie van de scène dat  ik er mezelf toon zoals ik ben. Via die ingesteldheid kan ik communiceren met de toeschouwer. Iemand die zich kwetsbaar opstelt is geloofwaardiger, je kan aannemen dat er geen bijbedoelingen zijn, dat er een zekere directheid is. Zo ben ik, en ik wind er geen doekjes om. Ik apprecieer die transparantie ook bij anderen. Als die er niet is mis ik iets essentieels. Tegelijk probeer ik  bij de toeschouwer eenzelfde soort kwetsbaarheid op te roepen. Hen zo uit te dagen om mee te gaan in de voorstelling, om zich open te stellen voor beelden en bewegingen die ze in eerste instantie misschien niet begrijpen, of waartegen ze weerstand of vooroordelen koesteren.

In de communicatie met het publiek is het aanwakkeren van de verbeelding voor mij essentieel. Met een geprikkelde verbeelding kan je denkpatronen of gedragspatronen omgooien en breder denken. Ik kan me voorstellen dat er veel mensen zijn die het tijdverlies vinden om met fantasie bezig te zijn maar zelf weet ik dat je er sterker van kunt worden. Het heeft ook iets heel bevrijdend als je naar kunst kijkt, gelijk welke kunstvorm, dat je jezelf kunt loslaten en kunt opgaan daarin. Je komt in een andere dimensie terecht.

Na een opvoering van Vrouwenvouwen (1999), waarin vier vrouwen op scène stonden, kwam een man me vertellen dat de voorstelling hem deed denken aan zijn kindertijd.  Dat vond ik heel mooi want ik had al heel wat mannen gehoord die zich helemaal niet konden herkennen in dat werk.  Het was te vrouwelijk, niet voor hen gemaakt. Ik maakte me er zorgen over want ik wil niemand uitsluiten in mijn werk.  Maar toen die man me aansprak dacht ik, blijkbaar kan het wel,  het is maar een kwestie van hoe je er tegen aan kijkt en hoe vrij je de interpretatie maakt.

Leren kijken

Er is wel voorkennis nodig om naar hedendaagse dans te kijken, het vergt een opvoeding. Het idee dat je over kunst moet leren vinden veel mensen onzin. Die hebben iets van ‘je moet een  schilderij kunnen bekijken zonder een kunstgids te lezen’, maar dat klopt niet helemaal. Zelf begrijp ik hedendaagse beeldende kunst of muziek vaak niet goed, maar ik ga ze daarom niet veroordelen. Ik zal eerder denken dat  het gewoon mijn ding niet is of dat ik niet over de tools beschik om mij daarmee te kunnen verbinden.

Wat dans betreft, moet je om te beginnen heel veel gaan kijken, naar veel verschillende dingen. Als je als balletliefhebber naar hedendaagse dans gaat kijken waar soms nauwelijks de ene voet voor de andere gezet wordt, dan is er onbegrip. Maar je moet je ook openstellen voor al die verschillende interpretaties van wat dans kan zijn. Hoe meer je kijkt, hoe meer je kan vergelijken. Een voorbespreking of een boekje bij de voorstelling vind ik een nuttig hulpmiddel om opener te kijken. Onwetendheid veroorzaakt vaak vooroordelen of enge reacties. Maar in eerste instantie zou in opvoeding en onderwijs meer gewerkt moeten worden om de verbeelding en de fantasie die elk kind heeft open te houden door middel van muziek, tekenen en beweging. Vanaf een bepaald moment lijkt het alsof men zegt: nu is het welletjes geweest, nu is het niet meer nodig. Dat is zo jammer want fantasie en verbeelding zijn ook een vorm van communicatie tussen mensen.  Als iemand vanuit zijn verbeelding een kunstwerk maakt, wordt dat een medium voor communicatie tussen mensen. Dat is toch fantastisch, want misschien gaan diezelfde mensen ruziemaken als je ze gewoon samen rond een tafel zet.